In een kever

Het was op Curaçao dat mijn pa zijn rijbewijs haalde. Hij was toen al in de 40. Wij waren daar voor een periode van 3 jaar. Mijn pa was via de Marine weer uitgezonden. Hij was eerder zonder gezin 1,5 jaar op Ned. Nieuw Guinea geweest, maar dit keer mocht het gezin mee. Wat een feest voor deze toen 12 jarige!
Op een dag vroeg mijn vader of ik met hem meeging. Hij zei dat ie een auto ging kopen. Ik keek er van op, want ik wist niet beter dan dat mijn ouders de eindjes aan elkaar moesten knopen. Maar het verblijf op Curaçao bracht daar merkbaar verandering in.
Samen met mijn pa en een collega van hem zijn we naar de VW dealer gereden in Willemstad. Daar werd de koopovereenkomst getekend. Het
bedrag op de nota was in mijn herinnering rond de 4.500 Antilliaanse guldens. Een haast astronomisch bedrag voor mij. Maar blijkbaar niet voor mijn ouders. Had mijn pa soms ook de Zilvervloot gewonnen?
Natuurlijk was ik net zo trots op de knalrode kever als de rest van ons gezin. Al was het wel soms flink afzien. In die periode hadden we net onze jongste zusje verwelkomd, zodat het gezin op dat moment 9 personen telde. En ja, daarvan gingen dus soms acht in de kever. Arm beest. In de vaak smoorhete kever mochten we in je korte broek of rok op de bijna gesmolten skai bekleding plaatsnemen. Je hoorde het dijbeenvlees net niet schroeien. In de kattenbak achter de achterbank propten een jongere zus en broertje zich.  Lekker met zo’n ruit boven het hoofd, waar de zon doorheen brandde. Op de achterbank drie zwetende tieners (zonder oudste zus) en voorin mijn pa achter het stuur en mamma met de jongste op schoot(!) ernaast. Van autogordels had nog niemand gehoord. Alle ramen open inclusief de driehoekige klapraampjes en tuut tuut karren maar! Ondanks dat reden wij maar al te graag mee. Dankzij de rijwind van de noordoost passaat kregen de inzittenden nog enige verkoeling. Het was ook altijd nogal stil in die kever. Ja, gek hè? Het uitstappen was een feest, maar telkens weer was het instappen een martelgang. We zijn vaak naar de St Michielsbaai gereden, waar we gingen zwemmen.

Na drie jaar ging de kever mee terug naar Nederland. Daar werd de Antilliaanse kever ingeruild voor een Europese VW sedan.

Dat mijn pa pas op latere leeftijd zijn rijbewijs gehaald heeft, realiseerde ik me later toen ik zelf mijn rijbewijs haalde. Pa zat vaak onwennig achter het stuur. Veel te gespannen. Wellicht had ie beter met een 2CV kunnen beginnen vanwege zijn zeebenen. Mijn vader stopte later vrijwillig met autorijden. Ik vond dat erg knap. Hij gaf toe dat ie zich niet meer prettig voelde in het verkeer.


Kennissen van toen

 Al snel groeide de kennissenkring van mijn ouders en ons. Natuurlijk beginnend met onze buren, de familie Snijders en Petronia. De familie Van der Zande met de kinderen Michael (speelde trompet), Dicky en Pamela. Meneer was bij de MLD. Volgens mij reden ze in een blauwe Hillman. Mevrouw V.d. Z. sprak met een prachtig Engels accent. De familie Verduin en hun twee dochters, Hannie en ?. Ze woonden vlak in de buurt, ik dacht aan de Winnetouweg. Mevrouw was van Surinaamse komaf. Ze had net als dochter Hannie prachtig haar. De familie Nunes (Arowakenweg?) met Ingrid, Jules en ? , een vriendje van mijn broer Ruud.
De familie Van der Putten met hun kinderen woonden in de buurt van de Suffisantkazerne. Ze reden volgens mij in een Fiat 124. Ik kan me niet herinneren dat ik meneer De Vries die ons van de boot ophaalde nog vaker gezien heb. Wel meneer IJzendoorn (marinier), die af en toe achter het stuur van de VW kever zat.