Posts tonen met het label Dagelijkse dingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dagelijkse dingen. Alle posts tonen

In een kever

Het was op Curaçao dat mijn pa zijn rijbewijs haalde. Hij was toen al in de 40. Wij waren daar voor een periode van 3 jaar. Mijn pa was via de Marine weer uitgezonden. Hij was eerder zonder gezin 1,5 jaar op Ned. Nieuw Guinea geweest, maar dit keer mocht het gezin mee. Wat een feest voor deze toen 12 jarige!
Op een dag vroeg mijn vader of ik met hem meeging. Hij zei dat ie een auto ging kopen. Ik keek er van op, want ik wist niet beter dan dat mijn ouders de eindjes aan elkaar moesten knopen. Maar het verblijf op Curaçao bracht daar merkbaar verandering in.
Samen met mijn pa en een collega van hem zijn we naar de VW dealer gereden in Willemstad. Daar werd de koopovereenkomst getekend. Het
bedrag op de nota was in mijn herinnering rond de 4.500 Antilliaanse guldens. Een haast astronomisch bedrag voor mij. Maar blijkbaar niet voor mijn ouders. Had mijn pa soms ook de Zilvervloot gewonnen?
Natuurlijk was ik net zo trots op de knalrode kever als de rest van ons gezin. Al was het wel soms flink afzien. In die periode hadden we net onze jongste zusje verwelkomd, zodat het gezin op dat moment 9 personen telde. En ja, daarvan gingen dus soms acht in de kever. Arm beest. In de vaak smoorhete kever mochten we in je korte broek of rok op de bijna gesmolten skai bekleding plaatsnemen. Je hoorde het dijbeenvlees net niet schroeien. In de kattenbak achter de achterbank propten een jongere zus en broertje zich.  Lekker met zo’n ruit boven het hoofd, waar de zon doorheen brandde. Op de achterbank drie zwetende tieners (zonder oudste zus) en voorin mijn pa achter het stuur en mamma met de jongste op schoot(!) ernaast. Van autogordels had nog niemand gehoord. Alle ramen open inclusief de driehoekige klapraampjes en tuut tuut karren maar! Ondanks dat reden wij maar al te graag mee. Dankzij de rijwind van de noordoost passaat kregen de inzittenden nog enige verkoeling. Het was ook altijd nogal stil in die kever. Ja, gek hè? Het uitstappen was een feest, maar telkens weer was het instappen een martelgang. We zijn vaak naar de St Michielsbaai gereden, waar we gingen zwemmen.

Na drie jaar ging de kever mee terug naar Nederland. Daar werd de Antilliaanse kever ingeruild voor een Europese VW sedan.

Dat mijn pa pas op latere leeftijd zijn rijbewijs gehaald heeft, realiseerde ik me later toen ik zelf mijn rijbewijs haalde. Pa zat vaak onwennig achter het stuur. Veel te gespannen. Wellicht had ie beter met een 2CV kunnen beginnen vanwege zijn zeebenen. Mijn vader stopte later vrijwillig met autorijden. Ik vond dat erg knap. Hij gaf toe dat ie zich niet meer prettig voelde in het verkeer.


Kennissen van toen

 Al snel groeide de kennissenkring van mijn ouders en ons. Natuurlijk beginnend met onze buren, de familie Snijders en Petronia. De familie Van der Zande met de kinderen Michael (speelde trompet), Dicky en Pamela. Meneer was bij de MLD. Volgens mij reden ze in een blauwe Hillman. Mevrouw V.d. Z. sprak met een prachtig Engels accent. De familie Verduin en hun twee dochters, Hannie en ?. Ze woonden vlak in de buurt, ik dacht aan de Winnetouweg. Mevrouw was van Surinaamse komaf. Ze had net als dochter Hannie prachtig haar. De familie Nunes (Arowakenweg?) met Ingrid, Jules en ? , een vriendje van mijn broer Ruud.
De familie Van der Putten met hun kinderen woonden in de buurt van de Suffisantkazerne. Ze reden volgens mij in een Fiat 124. Ik kan me niet herinneren dat ik meneer De Vries die ons van de boot ophaalde nog vaker gezien heb. Wel meneer IJzendoorn (marinier), die af en toe achter het stuur van de VW kever zat.

Een ezel

Op dat mooie eiland Curaçao, kon je in de jaren 60 voor slechts 5 Antilliaanse guldens een ezel kopen. Het is er nooit van gekomen.
Achter de marinierskazerne in Suffisant stond lange tijd ook een ezel. Een pas uitgezonden sergeant vroeg, waarom men dat beest daar hield. Een collega-sergeant vertelde dat het voor het gerief van de manschappen was, die alleen op het eiland verbleven. "Tja, die hebben ook zo hun behoeften en pakken dan de ezel", was zijn uitleg.
Twee weken later ontmoeten de beide sergeanten elkaar in de kantine. De nieuwe zit onder de blauwe plekken. De ander vraagt wat hem overkomen is. Zegt de nieuwkomer : "Nou, die ezel viel me wat tegen. Dat stomme beest wilde niet stilstaan toen ik achter hem stond en aan de gang was. Dat kreng heeft me een paar keer getrapt. Hoe doen de andere collega's dat eigenlijk met die ezel?" Waarop de ander antwoordde : "Die gaan erop zitten en rijden dan naar de meisjes in Campo Allegre."

Muziek op Curaçao

Het viel mij direct op, dat de muziek op de radio in die tijd behoorlijk actueel was. In Nederland duurde het even voordat we nieuw uitgebrachte Amerikaanse nummers te horen kregen. We luisterden vooral naar de zenders met moderne muziek. Er waren ook andere zenders, die de hele dag Antilliaanse muziek ten gehore brachten. Wij luisterden naar Radio Hoyer die veel Amerikaanse en wat Nederlandstalige muziek de ether in gooiden.
Veel muziek is voor mij direct verbonden aan ons verblijf op Curaçao. Dus als ik 'Blame it on the Bossa Nova' hoor of bepaalde nummers van Brenda Lee, Paul Anka, Elvis Presly, Rick Nelson enz. , zie ik onze huiskamer aan de Navajosweg. Dat geldt ook voor veel andere hits uit die eerste jaren van de sixties.
Toch had ik ook wel oren naar Antilliaanse muziek. Hoofdzakelijk vanwege de vrolijkheid die daar vanuit ging. Ik had ook een jonger zusje en broertje die vaak meezongen met die liedjes. 's Avonds, als we op de veranda zaten, hoorden we soms in de verte het geluid van een steelband. Prachtig!

Hoera, het regent!

mijn broer Joop met de kleine Rita
Curaçao heeft een heerlijk klimaat van gemiddeld zo'n 27 Celcius. De Noordoostpassaat zorgt voor verkoeling overdag. Soms valt de wind weg. Dat heeft te maken met orkanen die op grote afstand, ter hoogte van de Bovenwindse eilanden, voorbij trekken. Ze kunnen flinke hoosbuien veroorzaken. In de regentijd, die van oktober tot in januari duurt, valt ongeveer zo'n 50 tot 75 mm regen.
De eerste keer dat we een regenbui meemaakten, zagen we onze Antilliaanse vriendjes naar buiten rennen en in de stromend regen dansen. Een waar feestelijk schouwspel om te zien. Voor ons reden omdat ook maar eens te doen. Het is heel apart om in die temperatuur nat te worden. Het klappertanden ontbreekt! Het zijn meestal korte stortbuien, dus dat miezerig weer zoals we dat in Holland kennen, kent men hier niet. Voor even is de stoffige boel buiten weer schoongespoeld. Voor even maar.
Navajosweg 11 met molen en Emmakerk (achtergrond)
Het regenwater werd opgevangen in grote bassins, die zich onder de huizen bevonden. In Holland was dat de kruipruimte, maar op Curaçao was het een betonnen bassin. Vandaar dat bij de meeste woningen een trap toegang gaf tot de hoger gelegen woonruimte. Het water kon met een handbediende pomp (lijkt op een membraanpomp) die tegen een muur was gemonteerd omhoog gepompt worden. Het werd gebruikt om te wassen, de veranda schoon te maken en voor de planten. Bij ons aan de Navajosweg stond een grote windmolen in de tuin. Die pompte water omhoog. Zowel wij als de buren beschikten over een grote ton ( oud olievat) waarin het water werd opgevangen. Het uiteinde van de aanvoerpijp bevatte een binnenband van een auto met een uitloop. De band maakte het mogelijk om de uitloop van de ene in de andere ton te doen. Uit die ton werd met behulp van een emmer water gehaald voor de planten. De buren wasten zich met dat steenkoude bronwater.

Luis


Maribomba's
Aan de Navajosweg, in het eerste deel dat op de Arowakenweg aansluit, woont een Portugees gezin. Vader en moeder hebben twee zonen: Luis en zijn grotere broer. Luis was wat jonger dan ons en liep er als een echt schoffie bij. Het leek wel of ie zich weken niet waste. Hij schepte graag op over zijn grote broer. Met trots riep hij dan : "Main broer ies goete! Hij ies één dief!" Daar moesten we altijd hartelijke om lachen, want wij hadden tot dan geen last van die broer. Luis begreep niet waarom we lachten en herhaalde die zinnen dan een paar keer. Zijn ouders bezaten een boomgaard met allerlei soorten fruitbomen. Ze hielden ook kippen. We kochten daar geregeld fruit en eieren. We werden meestal geholpen door zijn moeder. Die sprak geen woord Nederlands, dus was het onze taak om ons verstaanbaar te maken in het Papiamentu. Soms, als Luis er was, hadden we een tolkje.
Luis ging niet naar school, want dat hoefde hij niet zei hij. Als je hem vroeg wat hij later wilde worden, dan kwam ie weer trots op zijn grote voorbeeld, zijn oudere broer, terecht. Er brak een periode aan waarin Luis plotseling uit beeld was. Zijn moeder wist ook niet waar hij was.
granaatappels
Een paar jaar gelden kwam mijn zus de naam van Luis tegen in het Brabants dagblad. Hij werd in een advertentie opgeroepen zich te melden bij de rechtbank. Over zijn broer werd niets gemeld.

Kerstfeest op Curaçao

Het was een vreemde gewaarwording : Kerst in de tropische zon! Geen sneeuw, geen kou, geen warme chocomelk, geen ijspret, geen bevroren tenen en/of handen! Helemaal niets van de bekende winterse dingen. Het was wel een periode waarin ik met weemoed terugdacht aan Leiderdorp in de winter.

Marine schepen op bezoek

Hr.Ms. Dubois (juni 1963)


Hr.Ms. Overijssel

Almirante Clemente (Venezuela)

Hr.Ms. Rotterdam

Smaldeel V op bezoek

Hr.Ms. Pelikaan (1962)

Bij het hek van St Joris
Twee keer heeft pa ons meegenomen naar zijn werk op St. Joris. Hij was telegrafist en werkte dus op het zendstation daar. er was daar veel telexverkeer en ik zag voor het eerst hoe pa de seinsleutel bedienden om in morse tekens berichten te versturen. Ik zag ook papieren linten met gaatjes, die na een mechanische vertaling in tekst op papier werd afgedrukt. Het was een ruimte vol mechanische en piepende geluiden, waarin papier een belangrijke rol speelde. Naast het gebouw stond een hoge zendmast.
Hij nam ons ook een keer mee naar de haven. Dat was in maart 1962. Toen heb ik het vliegkampschip Karel Doorman met een aantal andere schepen en onderzeeboten zien aankomen. Ze maakten deel uit van Smaldeel 5. Tijdens het afmeren van het schip zag ik nog hoe twee bouten van de romp van de Doorman afsprongen toen de wal geraakt werd. Ik zag daarna het aantal dikke lagen verf wat door de tijd heen op de huid was getjet.
Later ben ik aan boord geweest van Hr.Ms. "Zeeleeuw", een van de onderzeeboten waarop mijn pa gevaren heeft. Wat een benauwde en stinkende ruimte zeg!
Pa liet zien hoe hij tegen de torpedo's sliep, hoe zijn werkplek, de radiokamer, eruit zag en de rest van de drijvende holle pijp. Ik kon me niet voorstellen dat zo'n ruimte gevuld met zo'n 50 man weken of maanden lang aan het varen was.
Hr.Ms. Overijssel
Pa is heel selectief met het fotograferen bezig geweest. Er zijn maar een paar foto's van de schepen, maar de Karel Doorman en de beide onderzeeboten ontbreken. Misschien had hij die al te vaak gezien. De torpedobootjagers en onderzeeboten verlieten spoorslag het Smaldeel om koers te zetten naar (Nederlands) Nieuw Guinea. Daar waren infiltraties gaande van Indonesische militairen.
Later kwamen Hr.Ms. Overijssel en Rotterdam, ook torpedobootjagers, op bezoek en het fregat Dubois. Ook de buren van het vaste land, Venezuela, kwamen een keer kijken met de Almirante Clemente.

Vrije tijdsbesteding


Ruud en Joop
Van huis uit waren we veel met denksporten bezig. Dammen, schaken, puzzelen enz. Met zoveel kinderen was er altijd wel een tegenstander te vinden. Soms hielden we een competitie, dan was bijna iedereen bezig.
Ik bouwde plastic modellen (Revell) van schepen en vliegtuigen. Op de foto hieronder staat een aantal op de kast. Samen met mijn broer Joop was ik ook geïnteresseerd in alles wat met het leger te maken had. Dankzij een magazine die meneer van der Zande (MLD) meenam, oefenden we op het herkennen van Russische en Amerikaanse gevechtsvliegtuigen. Niet dat we zo druk bezig waren met de Cubaanse kwestie, die zich erg dichtbij afspeelde, maar gewoon uit interesse.
Schaakcompetitie
We voetbalden en zwaaiden geregeld de honkbalknuppel. Vooral het voetbal was een heel andere belevenis dan thuis in Leiderdorp. Geen groen gras, maar een bruine, stoffige vlakte met veel fijn korrelige steentjes. Een soort gravel. Onze voetbal hadden we meegenomen.Pa had die bal in Engeland gekocht. Hij was van echt leer met een binnenbal met ventiel. Als ie opgepompt was, moest het ventiel dubbel gevouwen worden, om er vervolgens een elastiekje omheen te draaien. Zo kon de lucht er niet uit. Daarna moest het ventiel in de bal gepropt worden. Dan kon de opening, die veel weg had van die van een schoen met veters, met een veter dicht geregen worden. Daarvoor was een speciale naald met handvat aanwezig. Zaak was om het uiteinde van de veter keurig weg te werken in de bal. De bal moest geregeld ingevet worden, om hem in goede conditie te houden.
Lezen deden we ook. Veel stripboeken, maar ook Jerry Cotton en Phil Decker(FBI agenten), Lord Lister (Raffles), Dick Bos en Kapitein Rob. We deden ook aan bodybuilding (Charles Atlas), judo en boksen. De laatste twee sporten werden op de Suffisant kazerne beoefend.Ook op het gebied van sport hielden Joop en ik veel bij.

Het Oorlogsmonument

Twee witte zuilen en een bronzen dame, dat is het oorlogsmonument op Curaçao. Het staat aan het Waaigat. Op het monument staan de namen van de gevallenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het eiland lag in een gebied waar een duinbotenoorlog woedde. De olietankers van de Curaçaose Scheepvaart Maatschappij die voor de CPIM (Curaçaose Petroleum Industrie Maatschappij,  voordat Shell de raffinaderij overnam) het transport verzorgden waren een gewild doelwit. De CSM was een zusterbedrijf van de CPIM. Op de schepen voeren veel Chinese bemanningsleden, die in maart 1942 in verzet gingen. Ze wilden niet onnodig hun leven riskeren, zoals een aantal collega's dat heeft gedaan. Die kwamen om na aanvallen van Duitse U-boten op tankers van de CSM.
De Chinezen werden door CSM / CPIM 'anders' behandeld dan hun Europese collega's.  De stakende Chinezen werden overgebracht naar kamp Suffisant. Omdat de bewaking met geladen wapens klaarstond en hun namen afgeroepen werden, dachten de Chinezen dat ze geëxecuteerd zouden worden. Het was echter de bedoeling om de staking te breken door de groep van ruim 80 man kleiner te maken en elders onder te brengen. Tijdens de schermutselingen die toen uitbraken, is een twaalftal Chinezen omgekomen. Ze werden begraven in niet gewijde grond. Zij zijn de oorlogsslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Of was het van de CPIM?

Emmastad

Het lukte ons niet om ongestoord door de Shell conclave te lopen. We kwamen meestal niet verder dan hooguit 50 meter. Dan werden we tegengehouden en teruggestuurd. Zowel door volwassenen als door kinderen. Het was een situatie zoals ik die ook aan de Michielsbaai kende, waar geen Antilliaanse mensen binnen het omlijnde deel van de baai mochten komen. Dat was 'slegs vir blankes'.
Vanuit Emmastad gezien
Omdat er wel een foto is, ga ik er vanuit dat het mijn vader wel gelukt was om in Emmastad te geraken. Op school werd nogal eens gefluisterd over de oliemaatschappij. En altijd in negatieve zin. Volgens mijn Antilliaanse klasgenoten, werd de lokale werknemers onder de duim gehouden. Als een van hen het tot voorman wist te brengen, dan was ie een hoge piet. Er werd gefluisterd, omdat op school ook veel kinderen van de Shell zaten. Om te voorkomen dat zo'n Shell kind thuis zou zeggen : "Pappa weet je wat Orlando zei :..."  werd dus gefluisterd.
Langs de Schottegatweg bevond zich een groot teermeer. Dat was afval van de raffinaderij. De paar keren dat we die route reden, vergingen we van de stank. Gelukkig stond de wind de goede kant op, want het was anders niet te harden. Normaal reden we de andere kant op en dan via de Rijkseenheidboulevard naar het centrum. Het schijnt dat de Emmakerk ook door de aanwezigheid van Shell gebouwd is. Zo zie je maar weer, dat geloof en uitbuiting niet iets nieuws is en hand in hand gingen.

Eten en drinken

LWV
Het ging aanzienlijk beter met ons op Curaçao. Er kwam frisdrank in huis, flesjes Cruz, we dronken ook wel limonadepoeder die in water opgelost werd (flavour it?), we aten soms 's avonds op de veranda drumsticks (eten buiten de normale etenstijden om!) en gingen naar de supermarkt zonder boekje voor op de pof. De supermarkt was niet ver van ons huis vandaan. De tent heette Henderson. Wat mij het eerste opviel was dat appels en peren per stuk werden verkocht. Het was in de winkel altijd lekker koel. We gebruikten melkpoeder, die in water opgelost moest worden. Het drinkwater werd geregeld door tankers aangevoerd en dat kon je aan het water proeven : olie! Er werd ook water uit de grond gepompt door het waterbedrijf LWV ('s Landswatervoorziening).  De waterleiding naar ons huis lag bovengronds. Als ik ging douchen, moest ik wachten tot het gloeiend hete water uit de leiding was. Water werd in een grote kan in de koelkast bewaard. Die koelkast was voor ons een nieuw stuk keukeninventaris. De margarine zat in enorm grote blikken. Het verse fruit was een verademing. Wat een verschil in smaak! Ik maakte daar ook kennis met de lekkernij pasteitje. Maar ook met funchi en vissoep. Funchi wordt gemaakt van maismeel en heeft veel weg van een zachte, vochtige cake. Vond ik. Funchi werd min of meer gezien als voedsel voor de armen, terwijl het vaak als bijgerecht gezien werd. Als wij aan Antilliaanse vrienden vroegen of ze soms ook funchi aten, dan werd daar heftig 'Nee man, we zijn niet arm!' op geantwoord. De vissoep werd vaak gemaakt van vissenkoppen. En lekker dat die soep was!

Muziek

Als ik aan muziek denk hoor ik "Hello Mary Lou" van good old Ricky Nelson klinken uit onze oude radio in de hoek van de woonkamer. Maar ook "Runnaway" van Dell Shannon en "Happy Birthday Sweet Sixteen van Neil Sedaka, de Puppy Love van Paul Anka en de terugestuurde brief van Elvis P (Return to sender). En natuurlijk ook liedjes uit Nederland van Ria Valk (Jij moet gaan), Anneke Kreunt zo (Brandend zand) en het Cocktail Trio (Sleutel van de jukebox en Op een kangoeroe eiland). Elvis zingt zijn Return to sender en Marty Robbins over zijn Mexicaanse liefde in El Paso. Sue Thompson zong over Sad Movies terwijl Marcie Blane graag met ene Bobby verkering wilde. Daar laat ik het maar bij. Kortom, allemaal schitterende muziek. Maar ook happy swingende Caraïbische muziek. Pa kocht nog een paar platen. Met lokale muziek van o.a. Rudy Plaate. Voor mij was er niets mooier dan op een avond het geluid te horen van iemand die op een steel pan speelde.

Draken, veren en vuur



Een deel van het huisvuil werd net buiten de tuin verbrand. De rest verdween in een voormalig olievat, dat als vuilnisbak diende. Het vat werd volgens mij maar een keer in de maand geleegd. Dat vuurtje stoken maakte op zich weer ideeën bij ons los. Die varieerden van stokbrood bakken tot gevogelte roosteren. Meel haalden we in een winkeltje bij de Gosiweg ter hoogte van de Schuttersweg. Langs die Gosiweg, niet ver van Meijbooms' winkel bevond zich nog een winkeltje. Een houten schuurtje, waar buiten een grote ton met pekelvlees stond. Het vocht deed me denken aan de Keulse pot waar mamma haar snijbonen in deed om tot zoute bonen omgezet te worden voor de winterperiode. Die pot stond op het balkon van onze woning in Leiderdorp. Telkens als ik langs die ton met vlees liep, dacht ik : "Ik eet nooit pekelvlees." Wat een geur zeg! Maar eenmaal terug in Holland, was ik al rap van dit stukje van mijn geloof afgestapt.
Noeste arbeid in de zon
Voordat een vogel geroosterd kan worden, moest ie eerst gevangen worden. Dat deden we met de luchtbuks en als ie niet mee kon (mamma had ogen op haar rug!) met een een trampa. Een zelf gemaakte kooi van dubbeltjes gaas met een ingang. De constructie heeft veel weg van sommige muizenvallen, waarbij de muis wel de ingang weet te vinden maar eenmaal binnen niet meer de uitgang. Met wat kippenvoer werd een spoor uitgezet naar de ingang. En dan moest je gewoon wachten tot de kleine soort duif, totolika, zijn opwachting maakte. Na de vangst werden de beestjes geslacht en boven het vuurtje geroosterd. Dat slachten hadden we van onze opa en meneer Boer geleerd. We kregen geregeld een kip zonder kop in een emmer mee, die we thuis voor consumptie klaar moesten maken.
Ik heb trouwens wel een keer gezien hoe een leguaan in de pan verdween. Die arme 'boomkip' (zo werd ie ook wel genoemd) was er erger aan toe, want zijn pootjes werden eerst op zijn rug gebonden en daarna in een pan kokend water gedaan. Dus weg zwemmen was uitgesloten. Het leek mij dat zo'n Yuana pullen scheet, dus die leguanensoep heb ik niet geproefd. Er zijn twee soorten : de grijze en de groene. Ze hebben veel weg van kleine draken.
Kleurenfoto : met dank aan Jan van B te A.

Beet!


Joop met Rita en mamma
Op een zonnige dag was ik aan het vissen in de Michielsbaai. Een blikje met lijn erom heen gewikkeld met aan het eind van de lijn een stuk lood en een haak. Ik had eerst wat aas gevangen. Daartoe gebruikte ik een plastic mand aan een touw. In de mand legde ik een paar opengebroken stukken van een zeeappel. Een zeebeestje met als lijf een halfronde schaal met witte stekels met zeer scherpe punten. Ze waren net als de zee-egels (kleiner en helemaal zwart) een marteling voor je voeten als je er per ongeluk opstond. Vervolgens liet ik de mand zakken in het water en keek hoe nieuwsgierige vissen op de geur afkwamen. Zodra ze de bovenkant hadden gevonden en in de mand aan het aas begonnen te happen, haalde ik de voormalige boodschappenmand van mamma op. Zo, dat zijn mijn aasvisjes.
Nadat ik de haak van aas had voorzien, slingerde ik de lijn een paar keer boven mijn hoofd rond en liet op tijd los. Zoef! Daar vloog het lood richting de zee. Ik voelde weliswaar een lichte ruk aan mijn hand, maar ik besteedde er geen aandacht aan. Die aandacht kwam pas, toen ik druppels bloed zag spetteren op de rotsen onder mijn voeten. Toen ik na mijn hand keek, zag ik een grote vishaak in mijn wijsvinger zitten. So de ju! Even duizelde ik, maar hernam me. Ik rolde de lijn binnen, het was inderdaad mijn eigen haak, en liep naar mijn pa. Die probeerde eerst ter plekke bij de EHBO man  hulp te krijgen, maar die verwees ons door naar de kazerne op Suffisant.
Met David, Tineke en Ruud in de Michielsbaai
Daar aangekomen moest ik op een bank liggen. Mijn vinger werd steenkoud genaakt en toen volgde een ruk. Ik dorst niet te kijken. Mijn vinger werd verbonden en ik mocht opstaan.
Toen ik de gekoelde ruimte verlaten had en de warmte inkwam, ging ik van mijn stokje. Ik zag de kazernegebouwen rondtollen en toen deed iemand de zon uit.
Toen ik mijn ogen opende zag ik een groot lelijk hoofd. Het was van een sergeant van de mariniers, die mij aansprak. In de rode Kever heeft pa mij eerst thuisgebracht. Daarna is ie weer  teruggereden naar de baai, waar mijn broers en zusje waren achtergebleven. Ik heb daarna nog vaak gevist. Met een blikje en een grote haak.

Naar de stad

Ziekenhuis met dikke Amerikanen

Zeemanshuis
Ik ben maar een paar keer met een busje of taxi naar de stad geweest. Het waren gewone personenauto's, dikke Amerikanen, die overal en nergens stopten om passagiers op te pikken. Zo plofte een keer een heel dikke vrouw naast me op de achterbank. Ik zat in het midden met links naast mij een doodstille Antilliaanse meneer. Mevrouw deed het portier open, draaide zich om en toen schrok ik me een hoedje : een enorme kont kwam op mij af! Die kont begon eerst voorzichtig te zakken, maar het laatste stuk hield mevrouw dat gewicht niet meer in toom. Ze plofte neer. Ik voelde de auto door de veren zakken. Wow! Door haar gewicht gleed ik naar haar toe. Ze keek me heel apart aan en knipoogde naar me. Ik schrok alsof ik net een enorme gorilla diep in de kwaaie ogen had gekeken. Ik probeerde wat op te schuiven, maar kon niet uit de krater in de achterbank komen, die zij met haar gewicht had geslagen. Ik was niet zo groot en keek zodoende recht tegen haar enorme borsten aan. Normaal vond ik die rondingen erg interessant, maar toen zeer bedreigend. Het was op dat moment niet bepaald mannelijk om om mijn moeder -die voorin zat- te gaan zitten roepen. Ik was immers al 12 jaar. Dus bleef ik tegen mevrouw aangeplakt zitten en zweten. Toen de meneer aan de andere kant van mij even later uitstapte, was het helemaal een hopeloze zaak. De auto ging nog schuiner hangen en het werd nog warmer in die auto. Het lukte me om iets naar links op te schuiven. Ik deed dat wat stiekem, want misschien voelde mevrouw zich anders afgewezen. Pas drie haltes verderop zwoegde ze zich uit de auto, mij in haar kielzog bijna mee naar buiten zuigend. Het rare was dat ze niet eens voor twee personen hoefde te betalen. "Masha danki!"en  "Ajo!", klonk het.
Op de terugweg hoorde ik in zo'n taxi een (slanke) Antilliaanse vrouw tegen een Hollandse zeggen : "Oeweet u, als ik mijn dochter naar de oewinkel stuur, dan oeweet ik niet of zij terugkomt met de boodschappen of met een kind." Als onschuldige, blanco twaalf jarige puber dacht ik toen gelijk : "O, zijn hier ook ooievaars?" Wist ik veel. Oké, ik geef het direct toe: ik was nog niet echt op de hoogte van de voortplanting van de mens. Het bleef tot dan bij visuele onderzoekjes en wat onhandig gefriemel. Al zou dat niet zo lang meer duren. Niet veel later stuurde mamma ons naar de dominee. We kregen seksuele voorlichting.....

De St Michielsbaai -2-

Ingang Julianadorp aan de Westpuntweg
Als we naar de St Michielsbaai gingen, dan reed mijn pa in zijn Kever steevast dezelfde route. Die was eerst naar de Schottegatweg en dan rechtsaf richting het politiebureau van Rio Canario. Daar vlakbij was een winkeltje waar we o.a. onze visuitrusting (haken en nylondraad) kochten. Daar draaiden we weer rechtsaf de Winston Churchillweg op, waar we halverwege een mooie grote katholieke kerk passeerden ter hoogte van Santa Maria. De weg ging over in de Noordduynweg, die eindigde op een t-splitsing met de weg naar westpunt. Op dat punt reden we recht op de ingang van Julianadorp aan, een enclave van Shell. Daar ging pa linksaf, om niet veel verder weer rechtsaf te slaan. In mijn herinnering moesten we daarna weer linksaf en ging de weg een beetje omhoog. Dat was al vlakbij de Michielsbaai. Als we aan het zwemmen waren en het water in en uit liepen, moesten we goed opletten. Voor je het wist was je verbrand. Maar wat wil je : zout water en een
Joop met mijn zuster op een hout(en)vlot....
flink warme zon. In de baai lag een roeibootje van een kennis van pa. Meneer Van der Zande (MLD) had zelf een bootje gemaakt. Het was zo lek als een mandje, omdat hij de naden niet goed dicht kreeg. Soms kwam hij 's nachts bij ons aan de deur, omdat ie weer flink wat vis had gevangen. Ik weet hoe het is om wakker gemaakt te worden om vervolgens met een slaperige kop een pas gevangen barracuda schoon te maken. Maar de moten smaakten prima en deden dit soort nachtelijke escapades vergeten.
We snorkelden ook. Gewoon zonder masker of zo. Het was onder water een schitterend gezicht met al die mooi gekleurde vissen. Een keer ben ik me een hoedje geschrokken toen ik bij een van die oude drijvende mijnen aan het duiken was. Er kwam op zo'n tien meter diepte opeens een slang op me af. Volgens mij heb ik toen het lokale record boven water komen en hard naar een vlot zwemmen gebroken. Mijn linker oor deed ontzettend pijn en dat is sindsdien altijd gevoelig gebleven.

Geen sightseeing


Mamma, Rita en Jacques op Westpunt
Ondanks de komst van de Kever en de spotgoedkope benzine deden we nauwelijks iets op het gebied van sightseeing. We reden meestal naar de stad of naar de Michielsbaai. De keren dat we op Westpunt geweest zijn of bij Hato zijn op twee vingers te tellen. Naar het centrum van de stad en de Michielsbaai gingen we vaker. Het was wel telkens een crime om in de smoor hete Kever te gaan zitten. De skai bekleding smolt bijna. Achterin de kattenbak zaten de jongsten, Tineke en David. Op de achterbank zaten de jongens en voorin pa en moe. Toen de kleine Rita erbij kwam werd het nog benauwder. Het is nu ondenkbaar dat je met zoveel mensen in een autootje kruipt. Wat zeg ik? Je mag tegenwoordig zo niet eens meer varkens vervoeren.
Bij Hato met Jacques Goey
We zijn dus nooit op de Christoffelberg geweest en hebben de slavenhuisjes daar nooit van dichtbij bekeken. Ook niet bij de Tafelberg. Ook Fort Nassau, dat zo mooi hoog gelegen was, heb ik niet van dichtbij mogen zien. Het zelfde gold voor de monumenten. We reden wel geregeld langs het Vrijheidsbeeld. Ik ben wel een keer in het West End theater geweest. Daar hebben mijn broer Joop en ik gekeken naar de film Muiterij op de Bounty. Van de kust heb ik ook nog de Bullenbaai mogen zien en ik ben aan de noordkant geweest. Daar werd huishoudelijk afval in zee gestort. Naar zeggen vonden daar ook zelfmoorden plaats. De levensmoede zielen sprongen naar beneden, naar de haaien. Er werd namelijk gezegd dat daar veel haaien zwommen. Bij het vliegveld Hato bevond zich ook een soort prostitutiewijk : Campo Alegre. Daar hingen soms uniformen in de bomen, werd ons verteld. Dat natuurgebied lag veel te ver van ons huis om even naar toe te lopen (zucht). Dat hadden deze pubers natuurlijk al onderzocht na de verhelderende sekslessen van vriend Mike.

De kunuku in

Drumband op het voetbalveld van Suffisant

Kever tussen gave pick ups
De kunuku kan ik het beste omschrijven als 'het platte land'. Zeg maar het land buiten de reguliere bebouwing. Het landschap is vaak stoffig vanwege de droogte en komt als dor en doods over. En uiteraard veel stenen. Fijn korrelige steentjes. Maar als je goed oplet, dan is er toch veel leven te zien. Zelfs veel groen, al zou je dat niet verwachten.
Samen met mijn broertje Ruud en in eerste instantie ook de buurjongen Royce, trokken we erop uit. Royce kende de wandelroutes en wij stopten die in ons geheugen. De eerste wandelingen deden we zonder Royce naar de Suffisant kazerne. We staken de Gosiweg over en liepen via de Kolonel Winkelweg langs een school naar de Essoweg. Dan naar rechts, naar de kazerne. Daar lag ook een sportveld. Niet zo groen als hier, maar bruin. Zand, kleine steentjes en veel stof als er gespeeld werd. We keken geregeld naar voetbal van Mariniers, die ook tegen plaatselijke teams speelden. Er werd ook honkbal gespeeld.
Later liepen we ook naar de Muizenberg. Boven op die berg bevond zich een enorm waterreservoir in de vorm van een ronde tank. We zijn een paar keer een route gelopen, die langs een kerkhof liep.Wij hadden daar geen enkele moeite mee, maar onze Antilliaanse vrienden wel. Die waren bang overvallen te worden door geesten. We hadden ons goed voorbereid op de voettochten. Er ging water mee en onze 'jachtwapens'. Dat waren katapulten voor steentjes en gebogen metalen krammen. We hadden ook een 4,5 mm windbuks, maar die mocht eigenlijk niet de tuin uit. Eigenlijk niet, maar ja. Je weet wat er kan gebeuren als pubers plannen smeden. Daarom hadden we ook lucifers mee. Op die berg, die eigenlijk een heuvel was, rustten we dan uit. Zittend in de schaduw van de watertank en genietend van het uitzicht en de passaatwind, die ons bezwete lichaam koelde. De omgeving zag er desolaat en dor uit en kwam rustgevend over. Tegenwoordig schijnt het vol te staan met woningen.