Posts tonen met het label Heenreis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Heenreis. Alle posts tonen

Trinidad - Tobago en Caracas

Na Barbados te hebben verlaten koerste de Prins der Nederlanden naar Trinidad. Van dat eiland kan ik me niets herinneren. Evenmin van de haven van Port of Spain. Daar werd net als op Barbados weer wat lading gelost en vervolgens voeren we naar Venezuela.
Daar aangekomen, in de haven van Caracas, heerste een bedrukte sfeer. Aan boord was duidelijk een enorme spanning te voelen. Er kwamen militairen bewapend met automatische geweren aan boord. Ze namen posities in voor de loopbrug, zowel op de kade als aan boord. Ik vond de hele toestand nogal bedreigend overkomen. En dat voelde ik niet alleen. We werden ver weg van de nors kijkende militairen gehouden. Niemand mocht van boord. Ik begreep dat het nog maar een halve dag varen zou zijn naar Curaçao. Die gedachte deed me de nare sfeer wat vergeten.

Barbados

Als ik me het goed herinner, kwamen we na een dag of 5 varen over de Grote Oceaan bij het eiland Barbados aan. Onderweg hebben we paar keer een zogenaamde sloepenrol gedaan. Een calamiteitenoefening, waarbij iedereen een zwemvest moest omdoen en zich op een bepaalde plek moest melden aan dek. Een paar keer werden ook sloepen neergelaten,die na een rondje varen weer aan boord werden gehesen. We waren inmiddels in een zeer aangenaam klimaat beland.  En de zee was ook aanzienlijk rustiger. Elke dag ging de tijd een half uur terug. Het was nu echt genieten. De Prins der Nederlanden werd op de rede van Barbados afgemeerd. Vrij snel daarna zwommen kleine, donkere kinderen rond het schip. Passagiers gooiden muntstukken in het ware, die door de kinderen pijlsnel werd opgedoken. Het deed me denken aan het circus, waar dieren voor ets lekkers kunstjes vertoonden. Er kwamen ook bootjes langszij, waar je souvenir en etenswaar kon kopen.
We gingen aan wal, om te passagieren. Daar zag ik voor het eerst een echte bedelaar zitten. Tot dan kende ik die alleen van verhalen uit de Bijbel. Ik keek mijn ogen uit en genoot volop van de nieuwe, vreemde omgeving, de donkere mensen in fleurige, luchtige kleding en de heerlijke temperatuur.
Het was van korte duur, want na een dag vertrokken we weer.

Zeeziek!

In Southampton valt weinig bijzonders te zien. Als we aan de grote oversteek beginnen, moeten we eerst door de Golf van Biscaye. De reis veranderde in korte tijd in een nachtmerrie. In de Golf was het weer bar en boos. Er stond een enorme golfslag die het schip niet alleen deed stampen maar ook schommelen. Op een gegeven moment zaten we nog maar met vier kinderen aan de ontbijttafel. We werden volop verwend door het bedienend personeel. Maar niet veel later vielen ook wij ten prooi aan de zeeziekte. Alles wat enigszins vocht kon opvangen, werd gebruikt om onze magen te legen. Want naar de wc rennen had geen zin.
Als wij aan tafel konden klonk een gong. Een steward liep met de gong door de gangen langs de hutten. Als de volwassenen gingen eten, klonk een deuntje op een xylofoon.
Ondanks dat ik 12 jaar was, moest ik me dagelijks melden bij de kinderkooi. Zo noemden wij dat kinderverblijf. Het was ook net een soort gevangenis voor kinderen. Dat was omdat het gedeelte van het dek daar met gaas was afgezet. We deden daar erg weinig. We werden daar niet bezig gehouden. We moesten gewoon wegblijven van de volwassenen. Later lukte het me om niet meer naar dat verblijf te hoeven. Vanaf dat moment kon ik me vrij begeven over de dekken. Ik leerde van mijn grote broer dat je als je moest overgeven, je aan de goede kant van het schip moest staan. Er waren meer oudere kinderen aan boord en we werden goed bezig gehouden met allerlei spelletjes.
Pas nadat we de Azoren waren gepasseerd begon ik me beter te voelen. En ik niet alleen, want de eetzaal werd geleidelijk steeds voller. Onderweg tuurde ik dagelijks over de grote wijde Atlantische Oceaan, die ik tot dan alleen uit mijn Bos schoolatlas 'der gehele aarde' kende. Ik zag vliegende vissen, donkere luchten en hoge golven. Maar geen vogels. Vanuit de lounge was het een spectaculair gezicht om de golven over de boeg te zien slaan. We vierden ook Kerst aan boord. We moesten ons verkleden en deden mee aan voorstellingen. Het was voor mij een enorme ervaring om aan boord zo verwend te worden. Veel lekker eten, niet hoeven af te wassen en veel buiten zijn. Ook al was dat laatste beperkt tot twee dekken.

We varen!

Het was tegen de zomer toen we hoorden, dat we naar Curaçao zouden gaan. Voor drie jaar! Mijn pa was nog niet zo lang terug van Nieuw Guinea, waar hij anderhalf jaar heeft doorgebracht. Zonder gezin. Eigenlijk moest hij weer alleen op pad, weer voor anderhalf jaar. Maar dit keer kreeg hij het voor elkaar om zijn gezin mee te nemen. Maar dan moest ie voor drie jaar blijven. Dat vonden wij helemaal niet zo'n probleem!  Gedurende de maanden daarna begonnen de voorbereidingen op de grote overtocht. We zouden per schip reizen. Pa ging in oktober 1960 al met het vliegtuig. Eerst naar New York en van daaruit naar Hato op Curaçao. Het afscheid kan ik me niet zo goed meer herinneren. Misschien was ik al vol van de reis en had ik nergens anders aandacht voor. Het oude vertrouwde huis is leeg en de laatste nacht hebben we in Leiden in de Narmstraat doorgebracht, bij mevrouw Moes. Dat was ook bijzonder, want we sliepen in een echte bedstee! Alleen de wc was minder : een ouderwetse poepdoos. Ik ben drie dagen 12 jaar als we ons inschepen in Amsterdam. Vol bewondering kijk ik vanaf de loopplank omhoog naar het enorme schip. We krijgen drie hutten : een voor de meiden, een voor de jongens en een voor de ouders.
Na al het gesjouw met koffers, installeren we ons. Dan worden de trossen gelost en vertrekken we richting IJmuiden. We zwaaien naar de achterblijvers, die in de kou op de kade staan. Het vertrek is reden voor mijn broer Joop om te gaan zingen : We gaan het zeegat uit!" Waar ie dat deuntje vandaan heeft, weet ik niet. We varen door het Noordzeekanaal, wat ik tot dan alleen van de Aardrijkskunde les ken. Ook de sluizen bij IJmuiden maken om dezelfde reden indruk op mij.
Onze eerste stop zal in Southampton zijn. Dat is al de volgende dag. Daarna gaan we voor de grote oversteek.