Marine schepen op bezoek

Hr.Ms. Dubois (juni 1963)


Hr.Ms. Overijssel

Almirante Clemente (Venezuela)

Hr.Ms. Rotterdam

Smaldeel V op bezoek

Hr.Ms. Pelikaan (1962)

Bij het hek van St Joris
Twee keer heeft pa ons meegenomen naar zijn werk op St. Joris. Hij was telegrafist en werkte dus op het zendstation daar. er was daar veel telexverkeer en ik zag voor het eerst hoe pa de seinsleutel bedienden om in morse tekens berichten te versturen. Ik zag ook papieren linten met gaatjes, die na een mechanische vertaling in tekst op papier werd afgedrukt. Het was een ruimte vol mechanische en piepende geluiden, waarin papier een belangrijke rol speelde. Naast het gebouw stond een hoge zendmast.
Hij nam ons ook een keer mee naar de haven. Dat was in maart 1962. Toen heb ik het vliegkampschip Karel Doorman met een aantal andere schepen en onderzeeboten zien aankomen. Ze maakten deel uit van Smaldeel 5. Tijdens het afmeren van het schip zag ik nog hoe twee bouten van de romp van de Doorman afsprongen toen de wal geraakt werd. Ik zag daarna het aantal dikke lagen verf wat door de tijd heen op de huid was getjet.
Later ben ik aan boord geweest van Hr.Ms. "Zeeleeuw", een van de onderzeeboten waarop mijn pa gevaren heeft. Wat een benauwde en stinkende ruimte zeg!
Pa liet zien hoe hij tegen de torpedo's sliep, hoe zijn werkplek, de radiokamer, eruit zag en de rest van de drijvende holle pijp. Ik kon me niet voorstellen dat zo'n ruimte gevuld met zo'n 50 man weken of maanden lang aan het varen was.
Hr.Ms. Overijssel
Pa is heel selectief met het fotograferen bezig geweest. Er zijn maar een paar foto's van de schepen, maar de Karel Doorman en de beide onderzeeboten ontbreken. Misschien had hij die al te vaak gezien. De torpedobootjagers en onderzeeboten verlieten spoorslag het Smaldeel om koers te zetten naar (Nederlands) Nieuw Guinea. Daar waren infiltraties gaande van Indonesische militairen.
Later kwamen Hr.Ms. Overijssel en Rotterdam, ook torpedobootjagers, op bezoek en het fregat Dubois. Ook de buren van het vaste land, Venezuela, kwamen een keer kijken met de Almirante Clemente.

Oude klassenfoto's Marnix school

Om mij onduidelijke redenen is er geen enkele foto van mij met mijn klas. Terwijl van mijn oudste broer er twee zijn. Ook van de andere kinderen zijn klassenfoto's beschikbaar. En ik weet echt niet waarom ik geen klassenfoto heb.
Joop, gehurkt,  2e van rechts

David, staand, derde van links

Joop, zittend, 2e van rechts

Ruud, zittend, 2e van links

Vrije tijdsbesteding


Ruud en Joop
Van huis uit waren we veel met denksporten bezig. Dammen, schaken, puzzelen enz. Met zoveel kinderen was er altijd wel een tegenstander te vinden. Soms hielden we een competitie, dan was bijna iedereen bezig.
Ik bouwde plastic modellen (Revell) van schepen en vliegtuigen. Op de foto hieronder staat een aantal op de kast. Samen met mijn broer Joop was ik ook geïnteresseerd in alles wat met het leger te maken had. Dankzij een magazine die meneer van der Zande (MLD) meenam, oefenden we op het herkennen van Russische en Amerikaanse gevechtsvliegtuigen. Niet dat we zo druk bezig waren met de Cubaanse kwestie, die zich erg dichtbij afspeelde, maar gewoon uit interesse.
Schaakcompetitie
We voetbalden en zwaaiden geregeld de honkbalknuppel. Vooral het voetbal was een heel andere belevenis dan thuis in Leiderdorp. Geen groen gras, maar een bruine, stoffige vlakte met veel fijn korrelige steentjes. Een soort gravel. Onze voetbal hadden we meegenomen.Pa had die bal in Engeland gekocht. Hij was van echt leer met een binnenbal met ventiel. Als ie opgepompt was, moest het ventiel dubbel gevouwen worden, om er vervolgens een elastiekje omheen te draaien. Zo kon de lucht er niet uit. Daarna moest het ventiel in de bal gepropt worden. Dan kon de opening, die veel weg had van die van een schoen met veters, met een veter dicht geregen worden. Daarvoor was een speciale naald met handvat aanwezig. Zaak was om het uiteinde van de veter keurig weg te werken in de bal. De bal moest geregeld ingevet worden, om hem in goede conditie te houden.
Lezen deden we ook. Veel stripboeken, maar ook Jerry Cotton en Phil Decker(FBI agenten), Lord Lister (Raffles), Dick Bos en Kapitein Rob. We deden ook aan bodybuilding (Charles Atlas), judo en boksen. De laatste twee sporten werden op de Suffisant kazerne beoefend.Ook op het gebied van sport hielden Joop en ik veel bij.

Het Oorlogsmonument

Twee witte zuilen en een bronzen dame, dat is het oorlogsmonument op Curaçao. Het staat aan het Waaigat. Op het monument staan de namen van de gevallenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het eiland lag in een gebied waar een duinbotenoorlog woedde. De olietankers van de Curaçaose Scheepvaart Maatschappij die voor de CPIM (Curaçaose Petroleum Industrie Maatschappij,  voordat Shell de raffinaderij overnam) het transport verzorgden waren een gewild doelwit. De CSM was een zusterbedrijf van de CPIM. Op de schepen voeren veel Chinese bemanningsleden, die in maart 1942 in verzet gingen. Ze wilden niet onnodig hun leven riskeren, zoals een aantal collega's dat heeft gedaan. Die kwamen om na aanvallen van Duitse U-boten op tankers van de CSM.
De Chinezen werden door CSM / CPIM 'anders' behandeld dan hun Europese collega's.  De stakende Chinezen werden overgebracht naar kamp Suffisant. Omdat de bewaking met geladen wapens klaarstond en hun namen afgeroepen werden, dachten de Chinezen dat ze geëxecuteerd zouden worden. Het was echter de bedoeling om de staking te breken door de groep van ruim 80 man kleiner te maken en elders onder te brengen. Tijdens de schermutselingen die toen uitbraken, is een twaalftal Chinezen omgekomen. Ze werden begraven in niet gewijde grond. Zij zijn de oorlogsslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Of was het van de CPIM?

Emmastad

Het lukte ons niet om ongestoord door de Shell conclave te lopen. We kwamen meestal niet verder dan hooguit 50 meter. Dan werden we tegengehouden en teruggestuurd. Zowel door volwassenen als door kinderen. Het was een situatie zoals ik die ook aan de Michielsbaai kende, waar geen Antilliaanse mensen binnen het omlijnde deel van de baai mochten komen. Dat was 'slegs vir blankes'.
Vanuit Emmastad gezien
Omdat er wel een foto is, ga ik er vanuit dat het mijn vader wel gelukt was om in Emmastad te geraken. Op school werd nogal eens gefluisterd over de oliemaatschappij. En altijd in negatieve zin. Volgens mijn Antilliaanse klasgenoten, werd de lokale werknemers onder de duim gehouden. Als een van hen het tot voorman wist te brengen, dan was ie een hoge piet. Er werd gefluisterd, omdat op school ook veel kinderen van de Shell zaten. Om te voorkomen dat zo'n Shell kind thuis zou zeggen : "Pappa weet je wat Orlando zei :..."  werd dus gefluisterd.
Langs de Schottegatweg bevond zich een groot teermeer. Dat was afval van de raffinaderij. De paar keren dat we die route reden, vergingen we van de stank. Gelukkig stond de wind de goede kant op, want het was anders niet te harden. Normaal reden we de andere kant op en dan via de Rijkseenheidboulevard naar het centrum. Het schijnt dat de Emmakerk ook door de aanwezigheid van Shell gebouwd is. Zo zie je maar weer, dat geloof en uitbuiting niet iets nieuws is en hand in hand gingen.

Eten en drinken

LWV
Het ging aanzienlijk beter met ons op Curaçao. Er kwam frisdrank in huis, flesjes Cruz, we dronken ook wel limonadepoeder die in water opgelost werd (flavour it?), we aten soms 's avonds op de veranda drumsticks (eten buiten de normale etenstijden om!) en gingen naar de supermarkt zonder boekje voor op de pof. De supermarkt was niet ver van ons huis vandaan. De tent heette Henderson. Wat mij het eerste opviel was dat appels en peren per stuk werden verkocht. Het was in de winkel altijd lekker koel. We gebruikten melkpoeder, die in water opgelost moest worden. Het drinkwater werd geregeld door tankers aangevoerd en dat kon je aan het water proeven : olie! Er werd ook water uit de grond gepompt door het waterbedrijf LWV ('s Landswatervoorziening).  De waterleiding naar ons huis lag bovengronds. Als ik ging douchen, moest ik wachten tot het gloeiend hete water uit de leiding was. Water werd in een grote kan in de koelkast bewaard. Die koelkast was voor ons een nieuw stuk keukeninventaris. De margarine zat in enorm grote blikken. Het verse fruit was een verademing. Wat een verschil in smaak! Ik maakte daar ook kennis met de lekkernij pasteitje. Maar ook met funchi en vissoep. Funchi wordt gemaakt van maismeel en heeft veel weg van een zachte, vochtige cake. Vond ik. Funchi werd min of meer gezien als voedsel voor de armen, terwijl het vaak als bijgerecht gezien werd. Als wij aan Antilliaanse vrienden vroegen of ze soms ook funchi aten, dan werd daar heftig 'Nee man, we zijn niet arm!' op geantwoord. De vissoep werd vaak gemaakt van vissenkoppen. En lekker dat die soep was!