Caracasbaai

We hebben voor slechts 3 dagen een huurauto tot onze beschikking. Dat was vooraf een weloverwogen besluit dat we genomen hebben. Het zou al een emotionele reis worden en misschien zou ik helemaal niet in staat zijn auto te gaan rijden. Maar ook deze drempel werd genomen vanwege een hoger belang : het eiland zien.
We besloten naar een strand te gaan. Een rustig strand, waar nauwelijks of geen toeristen zijn. Onze keus viel op Caracasbaai. Zonder problemen arriveerden wij bij het strand, dat een ris banken en tafels kende, die voorzien waren van parasols van palmbladeren. Er waren daar veel families die de tafels bezetten. Hier en daar stond de bbq aan. Afgaande op het gebeuren was het daar erg gezellig. Het lukte ons ook een tafel te bemachtigen. Er zat al een blanke vrouw, die de tafel graag met ons wilde delen. Alleen is ook maar alleen, zal ze gedacht hebben. We raakten in gesprek. Ze was op bezoek bij een dochter van haar, die op het eiland woont. Ze komt uit Litouwen en sprak wat moeizaam Engels en Duits. Ze maakte ooit deel uit van het nationale Sovjet handbalteam en verbleef zodoende geregeld in het buitenland.
Vlakbij was een eettentje waar van alles te koop was. In de baai lag een booreiland afgemeerd. Er was ook nog een restant te zien van een fort, Fort Beekenburg. Een opvallend bouwwerk aan de kust. We hebben daar aan het strand op een rustige manier de dag doorgebracht. We hebben gezwommen, gepraat, gelachen en gegeten en gedronken. De vrouw uit Litouwen nodigde ons nog uit om haar met de kampeerbus in Vilnius te bezoeken. Da's wel een flink eind rijden.

Eten bij Plasa Bieu


In het centrum van Willemstad zag ik een mij bekend gebouw. Daar zag ik in de jaren 60 met mijn moeder voor het eerst een markt, een pasar. Mijn moeder noemde die markt zo. Ze zag daar trouwens heel veel voor haar bekende dingen. Ze deden haar herinneren aan haar leven in het voormalig Nederlands Indië. Er werd daar van alles en nog wat te koop aangeboden. Ik had toen veel moeite met de geur van de versproducten zoals vis en vlees. Ze trokken ook veel vliegen aan. Ik weet wel dat ik niet zo lang daar in die ruimte ben geweest. Ik ben maar buiten, in de wind gaan staan wachten.
In dat gebouw bevindt zich tegenwoordig beneden een markt met vooral souvenirs. Boven echter, is een soort restaurant waar dagelijks Antilliaans eten gekookt wordt. Het rook daar lekker. Omdat het een open ruimte betrof waar de wind heerlijk doorheen waaide, voelde ik me daar rustiger. De hele reis was toch al een behoorlijk emotioneel gebeuren, dus we probeerden de drukte te vermijden. Daar hebben we wat eten gekocht en meegenomen naar onze kamer. Het smaakte voortreffelijk! We namen ons direct voor om tijdens een eventueel volgend bezoek aan het eiland, veel meer van die keuken in Plasa Bieu gebruik te gaan maken.

Count down

Het is vandaag 29 mei 2018. De laatste volle dag in Dronten voor de reis. De koffers zijn gepakt, de papieren zijn in orde. Via FB heb ik mijn voormalig buurmeisje, de grote zus van FB-loze buurjongen Royce, al op de hoogte gebracht van onze komst. Ze reageerde enthousiast. Da's mooi. Morgenochtend brengt onze zoon ons naar Schiphol. Rond half twee in de middag kiezen we het luchtruim. Niet alleen het vertrek hier, ook de terugvlucht is wat tijdstip betreft gunstig. Het wordt dus geen nachtwerk, dat scheelt.
Sonja heeft voor haar verjaardag een handig boekwerkje gekregen, dat geschreven is door een enthousiaste toeriste. Er staan allerlei tips in en plekken om te bezoeken. Handig, want er is in de afgelopen 55 jaar wel een en ander veranderd. Komt bij dat Sonja niet eerder op het mooie eiland geweest is.
Eerst maar proberen te genieten van een goede nachtrust. Het is erg warm, maar de lucht is nu flink betrokken en ik hoor al onweer. Code oranje is afgegeven, maar niet voor onze regio. Mocht de slaap niet goed lukken, dan doen we dat wel in het vliegtuig. Haha!

Terug naar Nederland

De drie jaar vlogen voorbij. Ik zat inmiddels in klas 8 van het Marnix college. In Nederland zou ik in de 3e klas van de Mulo terechtkomen. Mijn broer Joop een klas hoger en Ruud in de eerste. We begonnen ons voor te bereiden op de terugkeer naar Nederland, naar Leiderdorp. De laatste week op Curaçao brachten we door in een huisje aan de St. Michielsbaai. 's Nachts liepen er ratten in de keuken. Om onduidelijke redenen was de windbuks daar opeens. Er werd flink geknald, maar die beesten hadden een olifantshuid. Op 16 oktober 1963 scheepten we ons in. Het Ms Oranje Nassau zou ons richting Europa varen. Ik herinner me nog dat ik wat gemengde gevoelens had. Ik wilde niet terug, maar ik was ook wel nieuwsgierig hoe het in Nederland en met name in Leiderdorp zou zijn. Tijdens de reis moesten we dagelijks schoenen dragen. Ik weet nog dat het eelt dat ik in die jaren op mijn voeten had opgebouwd, er met vellen vanaf viel. Onderweg deden we minder havens aan dan tijdens de heenreis. Naarmate de reis vorderde werd de zee ruwer. Maar we waren dankzij die eerste zeemijlen in rustig water al aan de bewegingen van de boot gewend geraakt. We werden niet zo zeeziek als tijdens de heenreis.


Begin van een weerzien

Het is eindelijk zover! We hebben een reis geboekt naar Curaçao. Na 55 jaar hoop ik het eiland en zijn bewoners weer terug te zien. Ik kijk er erg naar uit. Vandaag heb ik een paspoort aangevraagd, want mijn id-card voldoet niet. Voor ons korte verblijf heb ik al een soort pelgrimstocht op papier gezet. Die tocht moet ons leiden langs de plekken waar ik mooie herinneringen aan heb. Die bevinden zich voornamelijk in de omgeving van de woningen waar we verbleven. Dus de Ilandweg en de Navajosweg. De indianenbuurt, vlakbij Emmastad en het Marnix college.
Het zou leuk zijn om foto's te maken die min of meer overeenkomen met die van de jaren 60.

Een man met een missie

met onze buurjongen Royce
De reis staat nog steeds bovenaan op mijn bucketlist : Nog één keer terug naar Curaçao! Als ik aan die reis denk, ga ik met mijn gedachten weer terug in de tijd. Naar begin 2001. Toen besprak ik die reis al met mijn broer Ruud. Toen ik hem vroeg 'wat zou je nog een keer willen doen?', reageerde hij eerst door zijn schouders wat op te halen. Ik zei toen "Ja joh, dat weet je best wel!" Toen ik het woord 'Curaçao' liet vallen, zag ik zijn ogen weer even glinsteren. Een glimlach om zijn mond. Dat was lang geleden dat ik hem zo gezien had. Ruud was namelijk terminaal. Hij had darmkanker.
Maar vlak daarna zei hij opeens met trieste stem : "Dat kan ik niet meer opbrengen, broer." Ik schrok ervan. Het klonk zo triest. Het was opeens weer even de realiteit. Even liet hij dat masker vallen. Want Ruud hield zich flink. Niet veel later overleed hij. Maar hij en die reis zijn nog steeds in mijn gedachten. Ik heb het hem beloofd.
Mijn plan is een soort pelgrimstocht te maken op dat eiland. Plaatsen te bezoeken die we samen in de jaren 61-63 als avontuurlijke tieners ook bezochten. Ik weet zeker dat Ruud er straks bij zal zijn, als ik naar Suffisant loop en de Muizenberg op ga. En ook mijn andere broer, Joop, die niet veel later aan een hartstilstand overleed, zal ook aanwezig zijn. Daarvan ben ik overtuigd. Dan gaan we met z'n drieën op pad. Nog één keer met z'n drieën op Curaçao. Ik ben een man met een missie.

Muziek op Curaçao

Het viel mij direct op, dat de muziek op de radio in die tijd behoorlijk actueel was. In Nederland duurde het even voordat we nieuw uitgebrachte Amerikaanse nummers te horen kregen. We luisterden vooral naar de zenders met moderne muziek. Er waren ook andere zenders, die de hele dag Antilliaanse muziek ten gehore brachten. Wij luisterden naar Radio Hoyer die veel Amerikaanse en wat Nederlandstalige muziek de ether in gooiden.
Veel muziek is voor mij direct verbonden aan ons verblijf op Curaçao. Dus als ik 'Blame it on the Bossa Nova' hoor of bepaalde nummers van Brenda Lee, Paul Anka, Elvis Presly, Rick Nelson enz. , zie ik onze huiskamer aan de Navajosweg. Dat geldt ook voor veel andere hits uit die eerste jaren van de sixties.
Toch had ik ook wel oren naar Antilliaanse muziek. Hoofdzakelijk vanwege de vrolijkheid die daar vanuit ging. Ik had ook een jonger zusje en broertje die vaak meezongen met die liedjes. 's Avonds, als we op de veranda zaten, hoorden we soms in de verte het geluid van een steelband. Prachtig!