De St Michielsbaai




Pa heeft zijn rijbewijs gehaald! Hij is dan wel 42, maar toch. Ik mocht mee toen pa in Willemstad een splinternieuwe Kever in Amerikaanse uitvoering ging kopen. Dat ding was knalrood, een kleur die ik niet vond passen bij een Marineman ten tijde van de Koude Oorlog. Helemaal niet tijdens de Cubaanse kwestie. Of was het een kwestie van vooruitkijken? De Kever kostte 4.500 Antilliaanse guldens. Die A-gulden was in die tijd twee keer zoveel waard als de Nederlandse. Om die reden maakte pa geregeld geld over naar een spaarrekening in Holland.
Paste er allemaal in....
Dankzij die Kever konden we op stap. We reden o.a. naar de St. Michielsbaai, waar de Marine een eigen locatie had. Er werd streng op toegezien dat alleen Marine mensen binnen kwamen. Dat gold ook voor het zwemgedeelte van de baai. Dat was afgezet met lijnen. Twee grote oude zeemijnen markeerden de hoeken. In het midden dreef een vlot. Buiten het afgezette deel dreef een grote boei in het water.  Het water zag erg helder en was ontdaan van zee-egels en andere onprettig aanvoelende zaken zoals stenen en (afgestorven) koraal. Het viel me op dat zodra een Antilliaans koppie onder het touw van de afzetting dook, iemand begon te roepen : "Terug! Je mag hier niet komen!"
Vaak stonden groepjes nieuwsgierig toe te kijken hoe de Hollanders zich vermaakten (grote foto). Het voelde niet goed aan.